The Project Gutenberg eBook of Een abel spel ende een edel dinc van den Hertoghe van Bruyswijc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant (Gloriant)

This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.

Title: Een abel spel ende een edel dinc van den Hertoghe van Bruyswijc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant (Gloriant)

Author: R. J. Spitz


Release date: November 24, 2004 [eBook #14143]
Most recently updated: October 28, 2024

Language: Dutch

Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/14143

Credits: Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed
Proofreading Team.

*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN ABEL SPEL ENDE EEN EDEL DINC VAN DEN HERTOGHE VAN BRUYSWIJC, HOE HI WERT MINNENDE DES ROEDELIOENS DOCHTER VAN ABELANT (GLORIANT) ***








ZONNEBLOEM-BOEKJES
N°. 23



Logo Zonnebloem-boekjes

N.V. UITGEVERSMAATSCHAPPIJ
"DE ZONNEBLOEM" APELDOORN




EEN ABEL SPEL ENDE EEN EDEL DINC
VAN DEN HERTOGHE VAN BRUYSWIJC, HOE
HI WERT MINNENDE DES ROEDELIOENS
DOCHTER VAN ABELANT


(GLORIANT)



MET INLEIDING EN AANTEEKENINGEN
VAN R.J. SPITZ
LEERAAR H.B.S. TE APELDOORN





GEDRUKT TER DRUKKERIJ VAN DE FIRMA
F.E. MACDONALD TE NIJMEGEN


TER INLEIDING.


Het "Abel spel ende een edel dinc van den hertoghe van Bruyswyc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant", in de wandeling naar den hoofdpersoon "Gloriant" geheeten, moet gerekend worden tot de serie van voortbrengselen van onze Middeleeuwsche dramatische letterkunde, waartoe ook de in deze reeks uitgegeven "Esmoreit" en "Lanseloet van Denemerken" behooren. Voor litterair-historische bijzonderheden omtrent deze serie Middeleeuwsche drama's, voor zoover ze in een weder niet-wetenschappelijk bedoelde uitgave op hun plaats zijn, moge verwezen worden naar de inleidingen van genoemde stukken, mede van de hand van den schrijver dezer regelen.

Hier zij nog slechts opgemerkt dat de in deze dingen ook slechts een weinig georiënteerde lezer weder aanstonds merken zal, hoe dicht de avonturenvolle stof van zulk een abel spel zich aansluit bij die der ridderromans.

Wie van den oorsprong van het gegeven van ons drama meer wil weten, verwijs ik naar de inleiding van: Mr. H.E. Moltzer, De Middelnederlandsche Dramatische Poëzie,[1] naar welke uitgave de hiervolgende text is afgedrukt.

Verdient ons stuk door een nieuwe uitgave uit de vergetelheid en onbekendheid, waarin het zich op dit oogenblik bij het grootere publiek bevindt, te worden te voorschijn gehaald? Het antwoord mag bevestigend luiden, al was het alleen maar om het feit dat het Haagsche tooneelgezelschap dat zich met den oud-vaderlandschen naam van "Ghesellen van den Spele" getooid heeft,[2] het in het komende tooneelseizoen voor het voetlicht zal brengen. Maar ook overigens, het lijkt mij onbegrijpelijk dat, terwijl Esmoreit en Lanseloet van Denemerken zich reeds weder verscheidene jaren in een belangstellend toeschouwend en lezend publiek verheugen, de Gloriant betrekkelijk onbekend en in nieuwer tijden, voor zoover ik weet, onopgevoerd en in populaire editie onuitgegeven is gebleven. Litterair lijkt het stuk mij verre de meerdere van de Esmoreit, zéker wat karakter-teekening en dramatischen opbouw, maar ook wat de dialoog aangaat. Al is deze laatste in de Esmoreit zonder twijfel vlot en pittig, de dialoog in òns stuk komt mij voor—en ik hoop dat hieronder met enkele voorbeelden aan te toonen—sterker, ik zou bijna zeggen moderner, want langs-den-neus-weg-geestiger te zijn. En de dramatische opbouw: heel de opzet is in Gloriant voor een modern mensch veel aannemelijker; wat is gansch die geschiedenis van dien trotschen man en die trotsche vrouw die zich allebei te goed vinden voor het huwelijk en die dus met fatale zekerheid bestemd zijn om in elkaars handen te vallen, niet een prachtige "trouvaille", de kunst van een geestig en psychologisch-analyseerend modern auteur waardig. Denk eens aan Shaw met zijn "macht van de levenskracht"!

Neen, ik persoonlijk vind, dat Esmoreit, ondanks zijn misschien diepere moreele strekking en opzet, het als waarlijk tè-naïef bij Gloriant min of meer aflegt, hoezeer ik het eerste stuk ook apprecieer als een waardevol overblijfsel van middeleeuwsche volkskunst. En al geef ik oogenblikkelijk toe dat de fijne, diep-menschelijke "Lanseloet" zeer veel zielvoller is dan Gloriant, minder onderhoudend is dit laatste stuk zeker niet! Ik begrijp dan ook in geenen deele hoe Prof. Dr. J. te Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde" I[3] tot zijn blijkbaar niet zeer gunstig oordeel over het stuk gekomen is; Prof. te Winkel, die anders het sappige van onze oud-nederlandsche kunst zoo wèl weet te apprecieeren!

Op het verbazend-aardige gegeven van het stuk wees ik boven al met een enkel woord en ik zal er geen verdere beschouwingen aan wijden, wijl ik bij ondervinding meen te weten dat een uitgelegde mop geen mop meer is en ik het er bovendien voor houd dat "inleiders" van litteratuur-werken die zoovéél meenen te moeten uitleggen een weinig-hoogen dunk van de intelligentie van hun publiek aan den dag leggen. Het is heusch geen heksentoer om het verloop van dit tooneelwerkje te volgen en wie het zintuig voor de fijne humor ervan mist—ik beklaag hem—doch kan het hem met geen redenatie van twintig vel druks bijbrengen!

Van de pittigheid van de dialoog een enkel voorbeeld. (Ook die zij overigens den lezer te "savoureeren" overgelaten!) Lees eens hoe aardig en raak Gloriant in Tooneel I van het derde bedrijf, als hij het ten gevolge van het portret "te pakken" heeft, door zijn oom Gheraert met zijn eigen woorden, waarmee hij zoo kort te voren nog de vrouw en de liefde smaalde, wordt vastgezet!

Ook op iets anders zou ik in dit verband nog even de aandacht willen vestigen. Als Gloriant de macht van de liefde heeft leeren voelen, en hij deze geweldigste aller menschelijke aandoeningen verheerlijkt met gloedvolle woorden (passages waar de dichter waarlijk een fiere schoonheid in zijn verzen bereikt: vs. 568 vlg.; vs. 828 vlg.), dan is in deze alleenspraken opmerkelijk de vereenzelviging van de Liefde Gods en de menschelijke liefde (caritas en amor!). Schóón is deze vereenzelviging in Gloriant's woorden ongetwijfeld, maar ongewoon in de middeleeuwen waarin men deze beide "soorten" van liefde in den regel nogal goed uit elkaar hield.

Hoe aardig en psychologisch-raak ook de opzet van het stuk, hoe vlot en pittig ook de dialoog, de Gloriant zou geen waardig abel spel zijn (en zou zeker een deel van zijn bekoorlijkheid missen!) als hij niet gelardeerd was met een tal van prachtige naïeveteiten. De middeleeuwsche toeschouwers, lezers en kunstenaars (die bijv. een Jeruzalemsche hooge-priester in Katholiek bisschopsgewaad ten hoogste aannemelijk vonden) stoorden zich niet aan een anachronisme of onmogelijkheid meer of minder en wij—storen er ons ook niet aan, want aan de innerlijke waarde van de Middeleeuwsche kunst doen zij geen afbreuk en—grappig zijn ze vaak in hooge mate. Zoo het blijkbaar geloof in Vrouw Venus bij den christen Gloriant—zoo de "Godenkraam", waarbij de Sarraceensche dramatis personae om de andere seconde zweren: Mamet en Mahoen, (verbasteringen van Mohammed die voor een afgod werd gehouden; dat de Mohammedanen monotheïsten waren drong tot onze Middeleeuwers niet door!) Apolijn, Jupetijn en Tervogant die uit de klassieke mythologie zijn geïmporteerd,—zij zijn niet alleen in dit stuk het pantheon der Saracenen.

Ook de "bekeering" van Florentijn tot het Christendom mag in dit theologisch verband worden gememoreerd. Zij is een waardig pendant van die van Esmoreit in het gelijknamige spel en is al even-weinig voorbereid door behoorlijk godsdienstonderricht!

Ook Rogier is kostelijk, die voor de gezelligheid van Gloriant en Florentijn, uit woede op zijn Heer Roedelioen en Mamet ten spijt Christen zegt te worden, maar even later nog hartgrondig een Tervogantsche knoop er op legt! (vs. 964). Hij is niet zoo dociel als Esmoreit die onmiddellijk na zijn bekeering op vastberaden wijze "Christelijk" zweert.

Maar alle spot ter zijde, er is toch ook iets zeer schoons gelegen in het gevoel van absolute superioriteit nopens zijn godsdienst, dat de middeleeuwsche Christen in zich omdroeg en waardoor dergelijke voor ons onaannemelijke bekeeringen tot iets van-zelf-sprekends werden.

Aardig van ongemotiveerdheid is ook (vs. 739) hoe de "verrader" Floerant den koning direct weet te rapporteeren dat de man in wiens armen Florentijn wordt aangetroffen de hertog van Brunswijk is! Hoe kon hij dat weten?

Ten slotte moet ik nog op enkele practische punten in verband met mijn wijze van uitgeven wijzen:

1°. Aan textcritiek is bij deze populaire uitgave wederom niet gedaan;

2°. De verklarende noten pretendeeren niet steeds wetenschappelijk-getrouwe "vertalingen" van de Middelnederlandsche text te zijn. Vaak is deze niet letterlijk, maar in zijn moderne "gevoelswaarde" weergegeven: ik bedoel de aanteekening geeft dan "wat wij in zoo'n geval zouden zeggen;"

3°. De indeeling in bedrijven en tooneelen en de tooneel-aanwijzingen komen natuurlijk niet in het handschrift voor, maar zijn van schrijver dezes, die bij voorbaat erkent, dat voor een eenigszins-andere indeeling hier en daar wat te zeggen ware. Zoo zou men kunnen aanvoeren dat wat hier als tweede bedrijf is gegeven eigenlijk nog tot de "expositie" behoort en dus nog bij het eerste bedrijf had moeten worden ingedeeld. Maar na rijpelijk overdenken ben ik tot de conclusie gekomen dat, zooals ik het nù heb gedaan, de ontwikkeling der gebeurtenissen voor den lezer overzichtelijker is;

4°. Wat de spelling en uitspraak van het Middelnederlandsch betreft; er zij nog even aan het volgende herinnerd: oe = oo; y = ie; verbindingen van werkwoord + voornaamwoord komen veel voor, bijv.: latic = laat ik; stoerfdi = stierft gij;

In het algemeen geven de noten uitsluitsel.

Geniet, lezer (en eventueel toeschouwer), van dit allerleukste stukje middeleeuwen, zooals schrijver dezes van het herlezen-na-jaren en zich-er-in-werken genoten heeft!

R.J. SPITZ.





PERSONEN:





[4]


[5]



[6]





Prologhe:


[7]



[8]
5


[9]



10



[10]
[11]

[12]

[13]
15



[14]

[15]

[16]
20


[17]

[18]


[19]
25



[20]

[21]

[22]
30




[23]

35






EERSTE BEDRIJF




Tooneel I


Aan het hof te Brunswijk


Gheraert, shertoghen oem:



Godevaert:


[24]


Gheraert:

40




[25]

45





50

[26]


Godevaert:




55

[27]

[28]


Gheraert:

[29]

[30]

[31]
[32]
60



Godevaert:


[33]

[34]

[35]
65


[36]

[37]



Gheraert:

70


[38]

[39]


[40]
75




Godevaert:


[41]

80

[42]



[43]

85






Tooneel II


Brunswijk


Die hertoghe:




90



Gheraert:




95


Die hertoghe:


[44]


[45]

100

[46]


Gheraert:


[47]


105


Godevaert:




[48]

[49]
110



[50]

[51]
[52]

[53]
115

[54]



Die hertoghe:


[55]

120

[56]

[57]



Godevaert:


125


[58]


Gheraert:



130

[59]




[60]
135


Die hertoghe:

[61]

[62]



[63]
140

[64]


[65]


Gheraert:

[66]

145






Die hertoghe:

150

[67]




[68]
155


[69]



160

[70]


Gheraert:

[71]



[72]
165


Godevaert:





[73]
170

[74]


Die hertoghe:


[75]

[76]

[77]
175



[78]


180

[79]

[80]

[81]
[82]


Gheraert:


[83]
185

[84]






TWEEDE BEDRIJF




Tooneel I


Aan het hof van Abelant


Florentijn  die maghet:



190

[85]



[86]
[87]

195

[88]

[89]


[90]

200

[91]

[92]



205



[93]

[94]

[95]
210

[96]

[97]

[98]

[99]

215


[100]


Rogier:

[101]



Florentijn die maghet:

220


[102]

[103]


[104]
225

[105]




[106]
230

[107]

[108]



[109]
235


[110]

[111]


[112]
240

[113]




Rogier:


245




Tooneel II


Rogier is in Brunswijk aangekomen


Rogier:

[114]



[115]
250

[116]

[117]



255


[118]

[119]

[120]


Die hertoghe:

260



Rogier:



[121]

[122]
265

[123]


[124]

[125]
[126]

270

[127]

[128]


[129]

275

[130]
[131]

[132]


[133]


Die hertoghe:

280

[134]


[135]


Rogier:



Die hertoghe:

285

[136]

[137]



[138]
290



[139]


[140]
295


[141]

[142]

[143]

[144]
300

[145]

[146]

[147]


Rogier:


305




Die hertoghe:



[148]
310


[149]


[150]
[151]

315


[152]


[153]

320





[154]
325


Rogier:

[155]



[156]


Die hertoghe:

330

[157]



[158]


335


Rogier:



[159]




Tooneel III


Wederom in Abelant


Florentijn die maghet:

[160]
340



Rogier:

[161]



345


[162]



350

[163]



[164]

355


Florentijn die maghet:




Rogier:


[165]

360





365


Florentijn die maghet:




Rogier:

[166]


[167]
370


[168]



Florentijn die maghet:


[169]
375

[170]




380

[171]





DERDE BEDRIJF




Tooneel I


In Brunswijk


Gloriant die hertoghe:



[172]

385


Gheraert:


[173]


Die hertoghe Gloriant:

[174]

[175]

[176]
390





395


Gheraert:

[177]




400

[178]


Die hertoghe:

[179]

[180]
[181]


405



[182]


410

[183]


Gheraert:


[184]


[185]
415





420


[186]

[187]


Die hertoghe:

[188]

425

[189]

[190]
[191]

[192]


430

[193]


Gheraert:



[194]

435






Die hertoghe:

440





445


Gheraert:



[195]



Die hertoghe:

450

[196]


[197]


[198]
455



[199]

[200]

460


[201]


[202]

465






Gheraert:

[203]
470


[204]

[205]

[206]

475





480


[207]
[208]

[209]


[210]

[211]

[212]

[213]

[214]

[215]

[216]

[217]



Die hertoghe:







[218]


[219]

[220]
[221]


Gheraert:




Die hertoghe:



[222]

[223]

[224]
510





515

[225]


[226]


520

[227]


[228]


Gheraert:


525





[229]
530


[230]



Die hertoghe:


535


Gheraert:


[231]


[232]

540



[233]

[234]

545

[235]


[236]

[237]

550


[238]



Die hertoghe:


555

[239]


[240]


560

[241]




Gheraert:


565

[242]

[243]



Tooneel II


Voor Abelant


Die hertoghe:


[244]
[245]

[246]
570





575

[247]




580


[248]

[249]


[250]

585



[251]

[252]

590




[253]

595




[254]

600

[255]


[256]


605

[257]


[258]


610


[259]

[260]


615



Tooneel III


Voor Abelant; het is dag geworden


Florentijn die maghet:




[261]

[262]
620

[263]


[264]


[265]
625



[266]


630

[267]


[268]

[269]
[270]
[271]

635



Die hertoghe:





640


[272]



Florentijn die maghet:


645

[273]


[274]


[275]
650





Die hertoghe:


655




[276]

660





Florentijn die maghet:


665

[277]


[278]


670


[279]

[280]


Die hertoghe:


675





[281]
680


[282]

[283]


Florentijn die maghet:


685





Die hertoghe:



690





Florentijn die maghet:

[284]

695





700


[285]

[286]


Die hertoghe:


705

[287]

[288]


Florentijn die maghet:



[289]
710





VIERDE BEDRIJF




Tooneel I


Op het kasteel te Abelant


Floerant des roede-lioens neve:[290]





715





720




[291]


725




[292]



Tooneel II


Die roede lioen:

[293]
730



Floerant:


[294]


[295]
735

[296]




740





745






Die roede lioen:

750


[297]



[298]
755

[299]



[300]
[301]

760

[302]
[303]



[304]

765


Floerant:

[305]

[306]



Tooneel III


Abelant; buiten bij de gelieven


Floerant:

[307]


770



[308]


775


Die hertoghe:


[309]
[310]




Floerant:

780




[311]

785


Die hertoghe:

[312]



[313]

790

[314]


[315]


795


Die roede lioen:

[316]

[317]


[318]

800

[319]




805


[320]



810



[321]


Die hertoghe:


815




[322]

820





Die roede lioen:


[323]
825


[324]



Tooneel IV


In Gloriants kerker


Die hertoghe:



[325]
830





[326]

835




[327]

840




[328]

845





850






Tooneel V


In Florentijns kerker


Florentijn die maghet:

[329]

855


Rogier:


[330]


Florentijn die maghet:



860

[331]


Rogier:


[332]


865

[333]





Florentijn die maghet:

870

[334]

[335]

[336]

[337]

875


Rogier:




[338]


Florentijn die maghet:

880



[339]

[340]

885


Rogier:


[341]



[342]
890





895



[343]
[344]


[345]
900




Tooneel VI


Wederom bij Gloriant's kerker


Rogier:




[346]
905


Die hertoghe:

[347]

[348]


Rogier:

[349]



Die hertoghe:

910





915


Rogier:






Die hertoghe:

[350]
920

[351]
[352]



[353]

925




[354]

930



Rogier:

[355]



[356]
935




[357]


Die hertoghe:

[358]
940





945


[359]


Rogier:


[360]
[361]
[362]

[363]
950

[364]




955



[365]

[366]

[367]
960


[368]


[369]

965






Die hertoghe:

970



[370]


[371]
975





VIJFDE BEDRIJF




Tooneel I


(Abelant; in of voor het kasteel


Rogier:






Die roede lioen:

[372]
980

[373]


Rogier:




985


[374]

[375]


[376]
990





995






Die roede lioen:

1000

[377]

[378]

[379]


1005


Rogier:





Tooneel II


(Florentijns kerker)




1010


[380]
[381]



[382]
1015


[383]


Florentijn die maghet:

[384]

[385]

1020



[386]


1025



Tooneel III


(Plaats voor de terechtstelling)
[387]


Die roede lioen:



[388]


1030





Florentijn die maghet:


[389]
1035


[390]


[391]

[392]
1040




[393]

1045




De hangdief: (de beul)

[394]


1050



[395]


1055

[396]

[397]

[398]

[399]


Die roedelioen:

[400]






Tooneel IV


(Als tooneel III)


Die hertoghe:


1065


[401]

[402]

[403]

1070

[404]




1075


Florentijn die maghet:


[405]

[406]


1080



Die hertoghe:






Tooneel V


(Brunswijk)


Die hertoghe:

1085





1090





Gheraert:


1095


[407]


[408]

1100

[409]


Die hertoghe:




1105



[410]


1110

[411]

[412]


[413]

1115


[414]


Gheraert:

[415]


[416]
1120

[417]




1125


[418]



[419]
1130

[420]

[421]


[422]

1135


[423]

[424]



[425]
1140


[426]







Die Ghesellen van den Spele





Prologhe Otto Koch
Gloriant Eduard Veterman
Gheraert Jan van der Linden
Rogier Johan Carpentier Alting
Godevaert } Otto Koch
Roedelioen
Floerant } Leonard Roggeveen
Hangdief
Florentijn Mien Tels





















VOETNOTEN:

[1]

Groningen 1875

[2]

Zie de aanteekening aan het eind van het stuk.

[3]

Haarlem 1887; blz 520.

[4]

oom

[5]

De roode leeuw

[6]

beul.

[7]

moge

[8]

stilte

[9]

fijn, keurig

[10]

bluffende

[11]

stuursch, onvriendelijk

[12]

ten verderve gevoerd

[13]

hem beroemen = pochen; "roem" in vs. 17 = bluf

[14]

ridder, held

[15]

machtig

[16]

verdriet.

[17]

verstoord, boos. Let op het anachronisme van "Vrouw Venus"! (Zie de inleiding).

[18]

wreekte

[19]

aanschouwen

[20]

af = van

[21]

nooit

[22]

geslagen

[23]

houden

[24]

wat is er?

[25]

dapper, flink

[26]

raad geven

[27]

goem nemen = acht slaan (op), zorg dragen (voor)

[28]

bestaan = verwant zijn met

[29]

welnu

[30]

te werk gaan

[31]

waers = zou daarover zijn

[32]

in blijdschap

[33]

spieden, omzien

[34]

ik weet dicht in onze nabijheid wel een te vinden

[35]

zeer.

[36]

kuisch, edel

[37]

gemoed, draecht = heeft

[38]

geslacht

[39]

in zijn leven

[40]

voorouders

[41]

voorstellen

[42]

gezind

[43]

gericht

[44]

geneigd

[45]

zie vs. 28.

[46]

doorbrengen

[47]

hier leven

[48]

als

[49]

pleegt = gewoon is

[50]

stierft gij zonder kroost na te laten

[51]

ontstaan

[52]

oneenigheid

[53]

Elk zou de naaste willen zijn (om den troon te erven).

[54]

berokkenen

[55]

Dit gepraat is absoluut nutteloos

[56]

een zier

[57]

iets waardig zijn, oudtijds met 2en naamval

[58]

mat zetten, overwinnen, verslaan

[59]

de schoone Absalon

[60]

ten onder

[61]

dat verwondert mij

[62]

dwaasheden

[63]

"zij bleven zich zelf met"

[64]

bedwelmd door.

[65]

vergel. vs. 121.

[66]

scherts; versta dit vers en het volgende aldus: wie uw woorden hoorde, zou ze met ernstig nemen

[67]

aanschouwen, dus hier, beleven

[68]

zie vs. 44.

[69]

dan was ik heelemaal mijn verstand kwijt

[70]

versta ongetrouwd, "mijn eigen baas"

[71]

gewon, verwekte

[72]

te na spreken, kwaad spreken van.

[73]

aangezien worden door een vrouw, dus blik van e.v.

[74]

medicijn

[75]

beleven

[76]

verdedigingswerk, bolwerk

[77]

opgesteld rondom

[78]

adelaar

[79]

onder het gezag van een vrouw stellen

[80]

ondanc hebben = vervloekt zijn

[81]

indien

[82]

ooit

[83]

moeite doe

[84]

blijke.

[85]

zie vs. 68;

[86]

emir

[87]

sultan

[88]

zie vs. 79;

[89]

dat ik door hem bemind zou willen worden

[90]

het gebied der Christenen

[91]

stoutmoedig

[92]

fransch: orgueilleux = trotsch

[93]

portret

[94]

gelaat

[95]

Is het.

[96]

veranderen

[97]

Naar middeleeuwsche meening een Saraceensche godheid; van de Mohammedaansche theologie had de schrijver niet veel idee (zie de inleiding). Tervogan is vermoedelijk een verbastering van een Latijnschen bijnaam van Mercurius

[98]

zegt

[99]

gericht. Moltzer leest hier de rijmwoorden: seght: gewecht (zie vs. 84).

[100]

Ik heb het noodig

[101]

Mohammed (zie de inleiding)

[102]

en het is (het land)

[103]

hij is (de man)

[104]

den edelen ridder, held

[105]

't aanschijn = 't gezicht

[106]

zie vs. 18

[107]

met oprechte trouw; veel gebruikte stoplap

[108]

ter wille van de eer van alle vrouwen.

[109]

daarmee

[110]

leven

[111]

"zonder mankeeren" (stoplap)

[112]

"De Roode Leeuw"

[113]

v. helen = verbergen, geheim houden

[114]

Apolijn, verbastering van Apollo, hier ook al weer als Saraceensche afgod voorgesteld (zie vs. 212)

[115]

Fr. messagier = boodschapper, bode

[116]

zie vs 67

[117]

Zij bidt U op hoop van genade.

[118]

de edele vrouw

[119]

vermaard door haar deugd

[120]

zie vs. 68 en 191: hoghen moet = trots

[121]

het gebied der heidenen

[122]

lijf is hier: lichaam

[123]

vijf

[124]

kon

[125]

hoofsch, welgemanierd, fijn

[126]

bat = beter; comparatief van: wel gheraect = voortreffelijk; lijf in het volgende vs: zie vs. 265

[127]

die zulk een edel gemoed heeft

[128]

uitgedacht, versta: denkbaar, te vinden

[129]

zie vs. 79 en 196;

[130]

absoluut

[131]

kuisch

[132]

van hooge positie, van groote macht

[133]

wees daar zeker van (stoplap).

[134]

zeer

[135]

doen uitrusten, goed ontvangen

[136]

zie vs. 173

[137]

moge

[138]

gedrukt

[139]

Sone saghic ... nie = zoo zag ik nooit

[140]

vorstin

[141]

in het algemeen: geluk

[142]

goede eigenschappen, begaafdheden

[143]

daarvan ben ik overtuigd

[144]

zij draagt een tak ("de eerepalm") van bevalligheden

[145]

ooit

[146]

vergelijk vs. 297

[147]

schat.

[148]

uw woorden wèl weten te kiezen

[149]

verder

[150]

te prijzen

[151]

verbergt

[152]

in waarheid (stoplap)

[153]

behalve zij

[154]

getrouw

[155]

zie vs. 247;

[156]

nooit

[157]

voorbijgaan.

[158]

indien

[159]

Jupiter; zie de noten bij de andere godennamen en de inleiding

[160]

gewach doen = gewagen, vermelden

[161]

ja ik

[162]

hier: edel èn trotsch gemoed

[163]

rijk, aanzienlijk

[164]

absoluut, geheel en al.

[165]

zie vs. 317.

[166]

Ja hij, vergel vs 342.

[167]

ook, bovendien

[168]

en legde in mijn hand een gelofte af

[169]

op

[170]

mocht = mocht het, na mijn achten = zooals ik verwacht

[171]

volbracht

[172]

noodig

[173]

ontbreekt, versta waaraan ge behoefte hebt

[174]

steekt

[175]

verbergen

[176]

ziek zijn, vgl kwaal en kwellen

[177]

Dat is Dat is wat ik niet kan gelooven, dus dat kan ik niet ... enz

[178]

geen zier.

[179]

wijd vermaard, algemeen bekend

[180]

beken (belijd)

[181]

verklaar mij schuldig eraan

[182]

zie vs. 22;

[183]

"den tred der liefde": ik moet gaan (en doen) zooals Venus verkiest

[184]

hoovaardig

[185]

dat = dat er was

[186]

hoovaardij

[187]

versta: "de vrouwen behoeven op u niet te rekenen"

[188]

begrijpen

[189]

ontbrak

[190]

kennis

[191]

voorwaar (stoplap).

[192]

nu word ik welwillend gestemd ten opzichte van

[193]

in de macht van

[194]

maar steeds niet

[195]

dat komt mij hoogst zonderling voor

[196]

letterl. "het geschotene", dus bijv. een pijl

[197]

groet.

[198]

zie vs. 208

[199]

letterl. de kroon op het hoofd binden, dus: de kroon dragen

[200]

denk hierbij "als echtgenoote van"

[201]

door haar gepijnigd

[202]

vermaard wegens

[203]

geluk, vergel, vs. 297 en 302

[204]

ge kunt wel een ander gaan zoeken

[205]

de reden waarom

[206]

aanzienlijk, dapper

[207]

dapperste

[208]

die ooit bestond

[209]

en in het land der heidenen het zwaard droeg

[210]

kapot

[211]

meer

[212]

ten gevolge waarvan hij sindsdien nooit meer lachte

[213]

kinderen van zijn moei (= tante)

[214]

Antiochië

[215]

verdriet

[216]

zeker

[217]

al waart gij

[218]

cracht, hier geweld

[219]

proper = eigen, live, 3e n.v. van lijf, hier: lichaam

[220]

ben ik voornemens (meen ik)

[221]

ans = an des; van onnen = gunnen; des = dit: indien God mij dit vergunt.

[222]

"incognito"

[223]

als een ridder die op avontuur uit is

[224]

ik moet mij moeite en leed getroosten om den weg der liefde te gaan

[225]

dat gij het niet nalaat

[226]

bewaak, bescherm

[227]

als erfenis toegevallen

[228]

deze tocht kan niet nagelaten worden

[229]

wrocht, deed

[230]

bezorgen, berokkenen.

[231]

hemel

[232]

plannen, onderneming

[233]

zeker, zonder aarzelen

[234]

wat aan uw hart rust geeft

[235]

hier letterlijk: als een heer "gentlemanlike!"

[236]

is het

[237]

doe

[238]

achterwege

[239]

ic en sal = of ik zal

[240]

paard (ros).

[241]

geweld = macht

[242]

en U een lang, gelukkig leven schenken

[243]

waarheen gij u ook wendt

[244]

galanterie

[245]

dat zie ik nu wel in

[246]

boos, wreed, afkeerig

[247]

dwong

[248]

zonder dat gij het verdiendet en zonder dat gij schuld hadt

[249]

openbreken (denk aan de wond in Jezus' zijde).

[250]

speer, lans

[251]

die verstandig zijn

[252]

die mogen mij niets verwijten

[253]

om onze schuld te betalen=om onze zonden te boeten

[254]

vrij-gekocht (door Zijn zoendood)

[255]

kruid, gewas, plant

[256]

ooit

[257]

gesloten (de poorten)

[258]

dat men ze (=de stad) bewaakt

[259]

wachten.

[260]

nachtrust

[261]

daer na = daar.. op = op welke, bedoeld is op den valk uit vs. 617 = Gloriant

[262]

voor-uit, zichtbaar, hij draagt dus een afgesproken herkenningsteeken

[263]

dat ik hem herken

[264]

gedaante, uiterlijk

[265]

in mijn bereik

[266]

sachen = zag hem, nederbeten = afstijgen

[267]

gij hebt u meester gemaakt van

[268]

hoorde ik

[269]

direct

[270]

herkende, kende

[271]

wel, goed.

[272]

mij aan gevaren blootgesteld

[273]

gij moogt daarop

[274]

verheugen

[275]

wist het

[276]

ter wille van.

[277]

het is recht dat hij die iemand het goede gunt

[278]

daarvan, van die persoon

[279]

op kuische wijze

[280]

gemeenheid

[281]

het is niet goed in dit geval langer te dralen

[282]

schande

[283]

ten verderve gebracht.

[284]

den tocht ondernemen

[285]

zie vs. 490;

[286]

zonder dat wij iemand ontmoeten

[287]

staan

[288]

emmer = absoluut; hoet = hoofd

[289]

verlaten.

[290]

de "verrader"! hij heeft de gelieven bespied

[291]

want ik heb het allemaal gezien

[292]

weet

[293]

zonder dralen.

[294]

wonderlijke dingen

[295]

zie vs. 194,

[296]

omvat

[297]

Saraceen (algemeene Middeleeuwsche naam voor heidenen en Mohammedanen)

[298]

geloof

[299]

wij zouden zeggen: "wat is ze begonnen!"

[300]

branden

[301]

vuur

[302]

(rijdende) ontkomen

[303]

ik zal hem integendeel

[304]

gaan wij

[305]

dat kunnen wij gemakkelijk doen

[306]

van wapene bloet = ongewapend

[307]

ridder, vergel. pair

[308]

slotvoogd, châtelain

[309]

wreede

[310]

gemeene schurk.

[311]

bovendien

[312]

"Het is mis met mij!"

[313]

moge hem

[314]

vreugde

[315]

zwaard

[316]

achterwege

[317]

ten val gebracht

[318]

voorouders; zie vs. 75;

[319]

bloedverwanten

[320]

zie vs. 488.

[321]

"den vure", den brandstapel

[322]

volkomen

[323]

dat en ("en" = ontkenning)

[324]

ooit

[325]

is het

[326]

kerstenheit ontfaen = tot het christendom bekeerd worden

[327]

om Uwer genade wille

[328]

wijnstok = hier: Maria

[329]

held.

[330]

zie vs. 39

[331]

zegt

[332]

men zwoer In de middeleeuwen bij allerlei lichaamsdeelen, zoo hier bij de tanden

[333]

vergel ons een duren eed zweren

[334]

gij hebt er wel de macht toe

[335]

bewaakt

[336]

gevangen

[337]

te hulp komen

[338]

vs. 877-79 "Als ik dat deed, zou het mij het leven kosten, al bezat ik de heele wereld in fijn, rood goud, het zou me niet helpen" (typisch-Middelnederlandsche beeldspraak, ook het steeds gebruikte epitheton ornans "rood" bij goud)

[339]

te lande weert = naar het land (vergel "landwaarts")

[340]

beloof

[341]

vóór

[342]

slecht mensch

[343]

moeite doen

[344]

naïeve overdrijving alsof hij er nog "dag en nacht" tijd voor heeft! "dach en nacht" is 'n geijkte term geworden voor voortdurend

[345]

gevangenis, kerker en steen beteekenen eigenlijk hetzelfde.

[346]

geopend

[347]

welwillendheid, genade

[348]

deel mij dat mede

[349]

die mij daarom verzocht

[350]

onuitgevoerd blijven

[351]

indien

[352]

hier leven

[353]

sterk paard.

[354]

spottend voorwaar, ik zou hem de huishuur betalen! (voor mijn verblijf in den kerker!)

[355]

ik wil u daarbij helpen

[356]

dat ik tot het christendom overga

[357]

zie vs 544.

[358]

lust

[359]

loon

[360]

werd

[361]

geheel en al

[362]

in opschudding gebracht

[363]

beter

[364]

blijven.

[365]

hout, bosschage

[366]

op uw hoede, op wacht

[367]

naar buiten brengt

[368]

zonder U door iets te laten weerhouden, ondanks alle hindernissen

[369]

grappig in den mond van den aspirant-christen! zie vs. 935;

[370]

woud, bosch

[371]

moogt gij.

[372]

meld mij

[373]

wat zal ik doen met Gloriant?

[374]

verbeurd, zich aan een ernstig vergrijp schuldig gemaakt waarop de doodstraf staat

[375]

coert = keurt = oordeelt; "als men volkomen billijk oordeelt"

[376]

dan = daarna.

[377]

wachten

[378]

gestalte, d.w.z. het meisje-zelf!

[379]

fel = gemeen; pute = vrouw van zedeloozen levenswandel

[380]

is er van overtuigd (vergel, vs. 503)

[381]

vergolden, betaald gezet

[382]

fijn, ook: edel

[383]

zie vs. 866.

[384]

Florentijn heeft reeds aardige vorderingen gemaakt in de Christelijke theologie!

[385]

en door haar gezoogd werd

[386]

stierf

[387]

merkwaardig dat op de plaats der terechtstelling zulk een machtig vorst zoo weinig militaire bewaking aanwezig heeft dat Gloriant alléén zijn geliefde redden kan! Of wilde de roede lioen "laver son linge sale en famille?" Voor het Middeleeuwsche publiek was deze "regie-fout" geen bezwaar! Zie de inleiding.

[388]

gezind

[389]

den ghenen = Jezus; door = ter wille van

[390]

uitgespreid, geopend.

[391]

zwaar, grof

[392]

waarachtig

[393]

zie vs. 768;

[394]

aanschouwen; nooit meer

[395]

zie vs. 756;

[396]

al touwe = al toe = allemaal; scouden = schuld

[397]

lastert

[398]

te schande maakt

[399]

"terwijl ge" zouden we hier zeggen

[400]

uitstel.

[401]

gemeen; afgeleid van pute; zie vs. 1003;

[402]

maakt dat ge hier vandaan komt

[403]

zal zich van u meester maken

[404]

de mijne

[405]

hemel

[406]

dat het allemaal voor mij zoo goed afgeloopen is.

[407]

vs. 1096-97: die ik nooit eerder dan nu zag

[408]

U = Gloriant

[409]

hoe ging het u?

[410]

geluk.

[411]

gevangenis

[412]

beteekent zoowel vrees als gevaar

[413]

hield mij in het leven; "hield mij er bovenop"

[414]

zie vs. 544 en vs. 939;

[415]

zooals 't behoort

[416]

behoeft het

[417]

al hebt gij heel wat onaangename dingen ondervonden

[418]

dat weet ik wel zeker (stoplap)

[419]

lof

[420]

overal

[421]

er van dapperheid niet zijns gelijke is

[422]

daarom was ik ongerust over u.

[423]

met volharden (onb. wijs)

[424]

het is ook van geenerlei waarde iets te beginnen

[425]

zie vs. 5;

[426]

na de vertooning van een "abel spel" volgde die van een "sotternie" (klucht). Vergel. de slotverzen van Esmoreit en Lanseloet van Denemerken.


GOEDKOOPE UITGAVEN VAN
NEDERLANDSCHE KLASSIEKEN

SMAAKVOL GECARTONNEERD.

Uit de serie Zonnebloemboekjes:[*]


No. 1. BEATRIJS. Het Middelnederlandsche gedicht in proza naverteld. Tweede druk.

"De Beatrijs wordt hier aangeboden in modern Nederlandsch proza, den vertaler R. J. Spitz komt alle hulde toe voor zijn soepele en delicate "vertaling". Utrechtsen Studenten-weekblad Vox Studiosorium.

Men voelt dat iemand van fijnen smaak zich er toe heeft gezet 't oude gedicht in proza na te vertellen. De Nieuwe Gids.

Prijs f 1,10.

No. 2. ESMOREIT. Middeleeuwsch tooneelspel. Met inleiding en verklarende noten. Tweede druk.

Menigeen zal in stilte van zijn lectuur van de "Esmoreit" genieten, temeer daar de afwerking dezer uitgave weinig te wenschen overlaat.... Joannes Reddingius in de Nieuwe Gids.

Prijs f 1,10.

No. 6. UIT HOOFT'S LYRIEK. Bloemlezing met inleiding over den dichter en verklarende noten.

"Een in het algemeen goede keuze, de gewenschte beperking der verklarende noten tot de meest noodzakelijke, een goed oriënteerende inleiding en een keurige vorm kenmerken dit boekje." Het Volk.

"Er klopt iets in deze zoo aus einem Gusse gegoten inleiding, iets van zóó warme overtuiging...." "De keus lijkt mij bizonder geslaagd".... M. H. van Campen in Weekblad voor Stad en Land.

"De bloemlezing is met smaak en kennis van zaken gekozen." Utrechtsch Prov. en Sted. Dagblad.

Het zoo deskundig en met warme bewondering saamgelezen bundeltje, zal het kan niet anders, veel koopers vinden. De Vrouw

"Met veel zorg en fijnen smaak samengesteld." De Tijdspiegel.

Prijs f 1,10.

No. 9. LANSELOET VAN DENEMERKEN.

(LANSELOET en SANDERIJN.)

Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding en verklarende noten.

Reeds meermalen hebben wij onze blijdschap over deze Zonnebloem-uitgaven van oude litteratuur te kennen gegeven. Het doet ons genoegen uit de voorrede van dit boekje te bemerken, dat de uitgave ook bij het publiek een succes is, zoodat vorige nummers reeds spoedig herdrukt moesten worden. Het roerend-eenvoudige "abel spel" van Lanseloet ende Sanderijn, dat jaren geleden in Verkade's voortreffelijke opvoering zoovelen geboeid heeft, is een nieuwe voortreffelijke greep van den heer Spitz. Deze middeleeuwsche kunst van een onbekenden schrijver is zoo zuiver-menschelijk, dat zij ook thans nog een wondere bekoring uitoefent. Het Volk.

Prijs f 1,10.

No. 14. DEN SPYEGHEL DER SALICHEIT VAN ELCKERLYC.

De Middeleeuwsche allegorie, bekend door de opvoeringen van Dr. Willem Rooyaards en Ed. Verkade.

Deze populaire uitgave van Elckerlijc zal ongetwijfeld aftrek vinden. De Nieuwe Taalgids.

Deze uitgave zal ongetwijfeld welkom wezen.... Tooneelgids (Brussel).

In dit kleurige bandje krijgt het "schoon boecxken" nieuwe bekoring. De Vrouw.

Prijs f 1,50.

No. 19—20. ADAM IN BALLINGSCHAP van JOOST VAN DEN VONDEL, met inleiding en aanteekeningen van Drs. A. Saalborn, Leeraar Gooische H.B.S. te Bussum.

Fraaie uitgave met illustraties.

Prijs gecartonneerd f 2,75; ingenaaid f 2,25.

No. 23. EEN ABEL SPEL VAN GLORIANT. Met inleiding en aanteekeningen van R. J. SPITZ, Leeraar H. B. S. te Apeldoorn.

Een alleraardigst Middeleeuwsch spel uit de serie waartoe ook Esmoreit en Lanseloet van Denemerken behooren. In het komende tooneelseizoen wordt het stuk opgevoerd door het Haagsche gezelschap "Die Ghesellen van den Spele". Dit stuk werd sedert 1875 niet uitgegeven; dit is de eerste populaire editie.

Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1,50.

No. 25. MARIKEN VAN NIEUMEGHEN. Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding en aanteekeningen van M.A.P.C. POELHEKKE, Directeur der Gem. H.B.S. te Nijmegen.

Dit stuk is bekend door de succesvolle opvoeringen van "Het Schouwtooneel" onder directie van Jan Musch, welk gezelschap het ook in het komend seizoen weer zal opvoeren. Dit is de eerste editie van dit stuk, die voor een grooter publiek en ook voor schoolgebruik bestemd en geschikt is.

Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1.50.




DE TECHNIEK DER POËZIE,

door FRANS BASTIAANSE.

De dichter Bastiaanse geeft in een kort bestek een uitnemend helder inzicht in aard en wezen van den woordkunstenaar en de verhouding die er bestaat tusscben wat er in diens ziel leeft en de wyze waarop hij het uit. Hij behandelt verschillende kwesties van rijm, klank, rhythme, plastiek, zóó als alleen een scheppend kunstenaar zelf, die eigen zielsleven beluisterd en geanalyseerd heeft, het doen kan en zooals men het in geen enkele "versleer" vindt.

"De heer Bastiaanse zegt veel rake en voortreffelijke dingen." Van onzen Tijd.

...... verdient bijzondere aandacht. School en Leven.

Prijs gebonden f 1,50.



[*]

De letterkundige verzorging van de No.'s 1, 2, 6 en 9, en 14 en 23 is van de hand van R.J. Spitz, Leeraar in de Nederlandsche Taal- en Letterkunde aan de Hoogere Burgerschool te Apeldoorn.