Title: Een abel spel ende een edel dinc van den Hertoghe van Bruyswijc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant (Gloriant)
Author: R. J. Spitz
Release date: November 24, 2004 [eBook #14143]
Most recently updated: October 28, 2024
Language: Dutch
Other information and formats: www.gutenberg.org/ebooks/14143
Credits: Produced by Miranda van de Heijning and the Online Distributed
Proofreading Team.


Het "Abel spel ende een edel dinc van den hertoghe van Bruyswyc, hoe hi wert minnende des Roedelioens dochter van Abelant", in de wandeling naar den hoofdpersoon "Gloriant" geheeten, moet gerekend worden tot de serie van voortbrengselen van onze Middeleeuwsche dramatische letterkunde, waartoe ook de in deze reeks uitgegeven "Esmoreit" en "Lanseloet van Denemerken" behooren. Voor litterair-historische bijzonderheden omtrent deze serie Middeleeuwsche drama's, voor zoover ze in een weder niet-wetenschappelijk bedoelde uitgave op hun plaats zijn, moge verwezen worden naar de inleidingen van genoemde stukken, mede van de hand van den schrijver dezer regelen.
Hier zij nog slechts opgemerkt dat de in deze dingen ook slechts een weinig georiënteerde lezer weder aanstonds merken zal, hoe dicht de avonturenvolle stof van zulk een abel spel zich aansluit bij die der ridderromans.
Wie van den oorsprong van het gegeven van ons drama meer wil weten, verwijs ik naar de inleiding van: Mr. H.E. Moltzer, De Middelnederlandsche Dramatische Poëzie,[1] naar welke uitgave de hiervolgende text is afgedrukt.
Verdient ons stuk door een nieuwe uitgave uit de vergetelheid en onbekendheid, waarin het zich op dit oogenblik bij het grootere publiek bevindt, te worden te voorschijn gehaald? Het antwoord mag bevestigend luiden, al was het alleen maar om het feit dat het Haagsche tooneelgezelschap dat zich met den oud-vaderlandschen naam van "Ghesellen van den Spele" getooid heeft,[2] het in het komende tooneelseizoen voor het voetlicht zal brengen. Maar ook overigens, het lijkt mij onbegrijpelijk dat, terwijl Esmoreit en Lanseloet van Denemerken zich reeds weder verscheidene jaren in een belangstellend toeschouwend en lezend publiek verheugen, de Gloriant betrekkelijk onbekend en in nieuwer tijden, voor zoover ik weet, onopgevoerd en in populaire editie onuitgegeven is gebleven. Litterair lijkt het stuk mij verre de meerdere van de Esmoreit, zéker wat karakter-teekening en dramatischen opbouw, maar ook wat de dialoog aangaat. Al is deze laatste in de Esmoreit zonder twijfel vlot en pittig, de dialoog in òns stuk komt mij voor—en ik hoop dat hieronder met enkele voorbeelden aan te toonen—sterker, ik zou bijna zeggen moderner, want langs-den-neus-weg-geestiger te zijn. En de dramatische opbouw: heel de opzet is in Gloriant voor een modern mensch veel aannemelijker; wat is gansch die geschiedenis van dien trotschen man en die trotsche vrouw die zich allebei te goed vinden voor het huwelijk en die dus met fatale zekerheid bestemd zijn om in elkaars handen te vallen, niet een prachtige "trouvaille", de kunst van een geestig en psychologisch-analyseerend modern auteur waardig. Denk eens aan Shaw met zijn "macht van de levenskracht"!
Neen, ik persoonlijk vind, dat Esmoreit, ondanks zijn misschien diepere moreele strekking en opzet, het als waarlijk tè-naïef bij Gloriant min of meer aflegt, hoezeer ik het eerste stuk ook apprecieer als een waardevol overblijfsel van middeleeuwsche volkskunst. En al geef ik oogenblikkelijk toe dat de fijne, diep-menschelijke "Lanseloet" zeer veel zielvoller is dan Gloriant, minder onderhoudend is dit laatste stuk zeker niet! Ik begrijp dan ook in geenen deele hoe Prof. Dr. J. te Winkel in zijn "Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde" I[3] tot zijn blijkbaar niet zeer gunstig oordeel over het stuk gekomen is; Prof. te Winkel, die anders het sappige van onze oud-nederlandsche kunst zoo wèl weet te apprecieeren!
Op het verbazend-aardige gegeven van het stuk wees ik boven al met een enkel woord en ik zal er geen verdere beschouwingen aan wijden, wijl ik bij ondervinding meen te weten dat een uitgelegde mop geen mop meer is en ik het er bovendien voor houd dat "inleiders" van litteratuur-werken die zoovéél meenen te moeten uitleggen een weinig-hoogen dunk van de intelligentie van hun publiek aan den dag leggen. Het is heusch geen heksentoer om het verloop van dit tooneelwerkje te volgen en wie het zintuig voor de fijne humor ervan mist—ik beklaag hem—doch kan het hem met geen redenatie van twintig vel druks bijbrengen!
Van de pittigheid van de dialoog een enkel voorbeeld. (Ook die zij overigens den lezer te "savoureeren" overgelaten!) Lees eens hoe aardig en raak Gloriant in Tooneel I van het derde bedrijf, als hij het ten gevolge van het portret "te pakken" heeft, door zijn oom Gheraert met zijn eigen woorden, waarmee hij zoo kort te voren nog de vrouw en de liefde smaalde, wordt vastgezet!
Ook op iets anders zou ik in dit verband nog even de aandacht willen vestigen. Als Gloriant de macht van de liefde heeft leeren voelen, en hij deze geweldigste aller menschelijke aandoeningen verheerlijkt met gloedvolle woorden (passages waar de dichter waarlijk een fiere schoonheid in zijn verzen bereikt: vs. 568 vlg.; vs. 828 vlg.), dan is in deze alleenspraken opmerkelijk de vereenzelviging van de Liefde Gods en de menschelijke liefde (caritas en amor!). Schóón is deze vereenzelviging in Gloriant's woorden ongetwijfeld, maar ongewoon in de middeleeuwen waarin men deze beide "soorten" van liefde in den regel nogal goed uit elkaar hield.
Hoe aardig en psychologisch-raak ook de opzet van het stuk, hoe vlot en pittig ook de dialoog, de Gloriant zou geen waardig abel spel zijn (en zou zeker een deel van zijn bekoorlijkheid missen!) als hij niet gelardeerd was met een tal van prachtige naïeveteiten. De middeleeuwsche toeschouwers, lezers en kunstenaars (die bijv. een Jeruzalemsche hooge-priester in Katholiek bisschopsgewaad ten hoogste aannemelijk vonden) stoorden zich niet aan een anachronisme of onmogelijkheid meer of minder en wij—storen er ons ook niet aan, want aan de innerlijke waarde van de Middeleeuwsche kunst doen zij geen afbreuk en—grappig zijn ze vaak in hooge mate. Zoo het blijkbaar geloof in Vrouw Venus bij den christen Gloriant—zoo de "Godenkraam", waarbij de Sarraceensche dramatis personae om de andere seconde zweren: Mamet en Mahoen, (verbasteringen van Mohammed die voor een afgod werd gehouden; dat de Mohammedanen monotheïsten waren drong tot onze Middeleeuwers niet door!) Apolijn, Jupetijn en Tervogant die uit de klassieke mythologie zijn geïmporteerd,—zij zijn niet alleen in dit stuk het pantheon der Saracenen.
Ook de "bekeering" van Florentijn tot het Christendom mag in dit theologisch verband worden gememoreerd. Zij is een waardig pendant van die van Esmoreit in het gelijknamige spel en is al even-weinig voorbereid door behoorlijk godsdienstonderricht!
Ook Rogier is kostelijk, die voor de gezelligheid van Gloriant en Florentijn, uit woede op zijn Heer Roedelioen en Mamet ten spijt Christen zegt te worden, maar even later nog hartgrondig een Tervogantsche knoop er op legt! (vs. 964). Hij is niet zoo dociel als Esmoreit die onmiddellijk na zijn bekeering op vastberaden wijze "Christelijk" zweert.
Maar alle spot ter zijde, er is toch ook iets zeer schoons gelegen in het gevoel van absolute superioriteit nopens zijn godsdienst, dat de middeleeuwsche Christen in zich omdroeg en waardoor dergelijke voor ons onaannemelijke bekeeringen tot iets van-zelf-sprekends werden.
Aardig van ongemotiveerdheid is ook (vs. 739) hoe de "verrader" Floerant den koning direct weet te rapporteeren dat de man in wiens armen Florentijn wordt aangetroffen de hertog van Brunswijk is! Hoe kon hij dat weten?
Ten slotte moet ik nog op enkele practische punten in verband met mijn wijze van uitgeven wijzen:
1°. Aan textcritiek is bij deze populaire uitgave wederom niet gedaan;
2°. De verklarende noten pretendeeren niet steeds wetenschappelijk-getrouwe "vertalingen" van de Middelnederlandsche text te zijn. Vaak is deze niet letterlijk, maar in zijn moderne "gevoelswaarde" weergegeven: ik bedoel de aanteekening geeft dan "wat wij in zoo'n geval zouden zeggen;"
3°. De indeeling in bedrijven en tooneelen en de tooneel-aanwijzingen komen natuurlijk niet in het handschrift voor, maar zijn van schrijver dezes, die bij voorbaat erkent, dat voor een eenigszins-andere indeeling hier en daar wat te zeggen ware. Zoo zou men kunnen aanvoeren dat wat hier als tweede bedrijf is gegeven eigenlijk nog tot de "expositie" behoort en dus nog bij het eerste bedrijf had moeten worden ingedeeld. Maar na rijpelijk overdenken ben ik tot de conclusie gekomen dat, zooals ik het nù heb gedaan, de ontwikkeling der gebeurtenissen voor den lezer overzichtelijker is;
4°. Wat de spelling en uitspraak van het Middelnederlandsch betreft; er zij nog even aan het volgende herinnerd: oe = oo; y = ie; verbindingen van werkwoord + voornaamwoord komen veel voor, bijv.: latic = laat ik; stoerfdi = stierft gij;
In het algemeen geven de noten uitsluitsel.
Geniet, lezer (en eventueel toeschouwer), van dit allerleukste stukje middeleeuwen, zooals schrijver dezes van het herlezen-na-jaren en zich-er-in-werken genoten heeft!
R.J. SPITZ.
| Prologhe | Otto Koch |
| Gloriant | Eduard Veterman |
| Gheraert | Jan van der Linden |
| Rogier | Johan Carpentier Alting |
| Godevaert | } Otto Koch |
| Roedelioen | |
| Floerant | } Leonard Roggeveen |
| Hangdief | |
| Florentijn | Mien Tels |
Groningen 1875
Zie de aanteekening aan het eind van het stuk.
Haarlem 1887; blz 520.
oom
De roode leeuw
beul.
moge
stilte
fijn, keurig
bluffende
stuursch, onvriendelijk
ten verderve gevoerd
hem beroemen = pochen; "roem" in vs. 17 = bluf
ridder, held
machtig
verdriet.
verstoord, boos. Let op het anachronisme van "Vrouw Venus"! (Zie de inleiding).
wreekte
aanschouwen
af = van
nooit
geslagen
houden
wat is er?
dapper, flink
raad geven
goem nemen = acht slaan (op), zorg dragen (voor)
bestaan = verwant zijn met
welnu
te werk gaan
waers = zou daarover zijn
in blijdschap
spieden, omzien
ik weet dicht in onze nabijheid wel een te vinden
zeer.
kuisch, edel
gemoed, draecht = heeft
geslacht
in zijn leven
voorouders
voorstellen
gezind
gericht
geneigd
zie vs. 28.
doorbrengen
hier leven
als
pleegt = gewoon is
stierft gij zonder kroost na te laten
ontstaan
oneenigheid
Elk zou de naaste willen zijn (om den troon te erven).
berokkenen
Dit gepraat is absoluut nutteloos
een zier
iets waardig zijn, oudtijds met 2en naamval
mat zetten, overwinnen, verslaan
de schoone Absalon
ten onder
dat verwondert mij
dwaasheden
"zij bleven zich zelf met"
bedwelmd door.
vergel. vs. 121.
scherts; versta dit vers en het volgende aldus: wie uw woorden hoorde, zou ze met ernstig nemen
aanschouwen, dus hier, beleven
zie vs. 44.
dan was ik heelemaal mijn verstand kwijt
versta ongetrouwd, "mijn eigen baas"
gewon, verwekte
te na spreken, kwaad spreken van.
aangezien worden door een vrouw, dus blik van e.v.
medicijn
beleven
verdedigingswerk, bolwerk
opgesteld rondom
adelaar
onder het gezag van een vrouw stellen
ondanc hebben = vervloekt zijn
indien
ooit
moeite doe
blijke.
zie vs. 68;
emir
sultan
zie vs. 79;
dat ik door hem bemind zou willen worden
het gebied der Christenen
stoutmoedig
fransch: orgueilleux = trotsch
portret
gelaat
Is het.
veranderen
Naar middeleeuwsche meening een Saraceensche godheid; van de Mohammedaansche theologie had de schrijver niet veel idee (zie de inleiding). Tervogan is vermoedelijk een verbastering van een Latijnschen bijnaam van Mercurius
zegt
gericht. Moltzer leest hier de rijmwoorden: seght: gewecht (zie vs. 84).
Ik heb het noodig
Mohammed (zie de inleiding)
en het is (het land)
hij is (de man)
den edelen ridder, held
't aanschijn = 't gezicht
zie vs. 18
met oprechte trouw; veel gebruikte stoplap
ter wille van de eer van alle vrouwen.
daarmee
leven
"zonder mankeeren" (stoplap)
"De Roode Leeuw"
v. helen = verbergen, geheim houden
Apolijn, verbastering van Apollo, hier ook al weer als Saraceensche afgod voorgesteld (zie vs. 212)
Fr. messagier = boodschapper, bode
zie vs 67
Zij bidt U op hoop van genade.
de edele vrouw
vermaard door haar deugd
zie vs. 68 en 191: hoghen moet = trots
het gebied der heidenen
lijf is hier: lichaam
vijf
kon
hoofsch, welgemanierd, fijn
bat = beter; comparatief van: wel gheraect = voortreffelijk; lijf in het volgende vs: zie vs. 265
die zulk een edel gemoed heeft
uitgedacht, versta: denkbaar, te vinden
zie vs. 79 en 196;
absoluut
kuisch
van hooge positie, van groote macht
wees daar zeker van (stoplap).
zeer
doen uitrusten, goed ontvangen
zie vs. 173
moge
gedrukt
Sone saghic ... nie = zoo zag ik nooit
vorstin
in het algemeen: geluk
goede eigenschappen, begaafdheden
daarvan ben ik overtuigd
zij draagt een tak ("de eerepalm") van bevalligheden
ooit
vergelijk vs. 297
schat.
uw woorden wèl weten te kiezen
verder
te prijzen
verbergt
in waarheid (stoplap)
behalve zij
getrouw
zie vs. 247;
nooit
voorbijgaan.
indien
Jupiter; zie de noten bij de andere godennamen en de inleiding
gewach doen = gewagen, vermelden
ja ik
hier: edel èn trotsch gemoed
rijk, aanzienlijk
absoluut, geheel en al.
zie vs. 317.
Ja hij, vergel vs 342.
ook, bovendien
en legde in mijn hand een gelofte af
op
mocht = mocht het, na mijn achten = zooals ik verwacht
volbracht
noodig
ontbreekt, versta waaraan ge behoefte hebt
steekt
verbergen
ziek zijn, vgl kwaal en kwellen
Dat is Dat is wat ik niet kan gelooven, dus dat kan ik niet ... enz
geen zier.
wijd vermaard, algemeen bekend
beken (belijd)
verklaar mij schuldig eraan
zie vs. 22;
"den tred der liefde": ik moet gaan (en doen) zooals Venus verkiest
hoovaardig
dat = dat er was
hoovaardij
versta: "de vrouwen behoeven op u niet te rekenen"
begrijpen
ontbrak
kennis
voorwaar (stoplap).
nu word ik welwillend gestemd ten opzichte van
in de macht van
maar steeds niet
dat komt mij hoogst zonderling voor
letterl. "het geschotene", dus bijv. een pijl
groet.
zie vs. 208
letterl. de kroon op het hoofd binden, dus: de kroon dragen
denk hierbij "als echtgenoote van"
door haar gepijnigd
vermaard wegens
geluk, vergel, vs. 297 en 302
ge kunt wel een ander gaan zoeken
de reden waarom
aanzienlijk, dapper
dapperste
die ooit bestond
en in het land der heidenen het zwaard droeg
kapot
meer
ten gevolge waarvan hij sindsdien nooit meer lachte
kinderen van zijn moei (= tante)
Antiochië
verdriet
zeker
al waart gij
cracht, hier geweld
proper = eigen, live, 3e n.v. van lijf, hier: lichaam
ben ik voornemens (meen ik)
ans = an des; van onnen = gunnen; des = dit: indien God mij dit vergunt.
"incognito"
als een ridder die op avontuur uit is
ik moet mij moeite en leed getroosten om den weg der liefde te gaan
dat gij het niet nalaat
bewaak, bescherm
als erfenis toegevallen
deze tocht kan niet nagelaten worden
wrocht, deed
bezorgen, berokkenen.
hemel
plannen, onderneming
zeker, zonder aarzelen
wat aan uw hart rust geeft
hier letterlijk: als een heer "gentlemanlike!"
is het
doe
achterwege
ic en sal = of ik zal
paard (ros).
geweld = macht
en U een lang, gelukkig leven schenken
waarheen gij u ook wendt
galanterie
dat zie ik nu wel in
boos, wreed, afkeerig
dwong
zonder dat gij het verdiendet en zonder dat gij schuld hadt
openbreken (denk aan de wond in Jezus' zijde).
speer, lans
die verstandig zijn
die mogen mij niets verwijten
om onze schuld te betalen=om onze zonden te boeten
vrij-gekocht (door Zijn zoendood)
kruid, gewas, plant
ooit
gesloten (de poorten)
dat men ze (=de stad) bewaakt
wachten.
nachtrust
daer na = daar.. op = op welke, bedoeld is op den valk uit vs. 617 = Gloriant
voor-uit, zichtbaar, hij draagt dus een afgesproken herkenningsteeken
dat ik hem herken
gedaante, uiterlijk
in mijn bereik
sachen = zag hem, nederbeten = afstijgen
gij hebt u meester gemaakt van
hoorde ik
direct
herkende, kende
wel, goed.
mij aan gevaren blootgesteld
gij moogt daarop
verheugen
wist het
ter wille van.
het is recht dat hij die iemand het goede gunt
daarvan, van die persoon
op kuische wijze
gemeenheid
het is niet goed in dit geval langer te dralen
schande
ten verderve gebracht.
den tocht ondernemen
zie vs. 490;
zonder dat wij iemand ontmoeten
staan
emmer = absoluut; hoet = hoofd
verlaten.
de "verrader"! hij heeft de gelieven bespied
want ik heb het allemaal gezien
weet
zonder dralen.
wonderlijke dingen
zie vs. 194,
omvat
Saraceen (algemeene Middeleeuwsche naam voor heidenen en Mohammedanen)
geloof
wij zouden zeggen: "wat is ze begonnen!"
branden
vuur
(rijdende) ontkomen
ik zal hem integendeel
gaan wij
dat kunnen wij gemakkelijk doen
van wapene bloet = ongewapend
ridder, vergel. pair
slotvoogd, châtelain
wreede
gemeene schurk.
bovendien
"Het is mis met mij!"
moge hem
vreugde
zwaard
achterwege
ten val gebracht
voorouders; zie vs. 75;
bloedverwanten
zie vs. 488.
"den vure", den brandstapel
volkomen
dat en ("en" = ontkenning)
ooit
is het
kerstenheit ontfaen = tot het christendom bekeerd worden
om Uwer genade wille
wijnstok = hier: Maria
held.
zie vs. 39
zegt
men zwoer In de middeleeuwen bij allerlei lichaamsdeelen, zoo hier bij de tanden
vergel ons een duren eed zweren
gij hebt er wel de macht toe
bewaakt
gevangen
te hulp komen
vs. 877-79 "Als ik dat deed, zou het mij het leven kosten, al bezat ik de heele wereld in fijn, rood goud, het zou me niet helpen" (typisch-Middelnederlandsche beeldspraak, ook het steeds gebruikte epitheton ornans "rood" bij goud)
te lande weert = naar het land (vergel "landwaarts")
beloof
vóór
slecht mensch
moeite doen
naïeve overdrijving alsof hij er nog "dag en nacht" tijd voor heeft! "dach en nacht" is 'n geijkte term geworden voor voortdurend
gevangenis, kerker en steen beteekenen eigenlijk hetzelfde.
geopend
welwillendheid, genade
deel mij dat mede
die mij daarom verzocht
onuitgevoerd blijven
indien
hier leven
sterk paard.
spottend voorwaar, ik zou hem de huishuur betalen! (voor mijn verblijf in den kerker!)
ik wil u daarbij helpen
dat ik tot het christendom overga
zie vs 544.
lust
loon
werd
geheel en al
in opschudding gebracht
beter
blijven.
hout, bosschage
op uw hoede, op wacht
naar buiten brengt
zonder U door iets te laten weerhouden, ondanks alle hindernissen
grappig in den mond van den aspirant-christen! zie vs. 935;
woud, bosch
moogt gij.
meld mij
wat zal ik doen met Gloriant?
verbeurd, zich aan een ernstig vergrijp schuldig gemaakt waarop de doodstraf staat
coert = keurt = oordeelt; "als men volkomen billijk oordeelt"
dan = daarna.
wachten
gestalte, d.w.z. het meisje-zelf!
fel = gemeen; pute = vrouw van zedeloozen levenswandel
is er van overtuigd (vergel, vs. 503)
vergolden, betaald gezet
fijn, ook: edel
zie vs. 866.
Florentijn heeft reeds aardige vorderingen gemaakt in de Christelijke theologie!
en door haar gezoogd werd
stierf
merkwaardig dat op de plaats der terechtstelling zulk een machtig vorst zoo weinig militaire bewaking aanwezig heeft dat Gloriant alléén zijn geliefde redden kan! Of wilde de roede lioen "laver son linge sale en famille?" Voor het Middeleeuwsche publiek was deze "regie-fout" geen bezwaar! Zie de inleiding.
gezind
den ghenen = Jezus; door = ter wille van
uitgespreid, geopend.
zwaar, grof
waarachtig
zie vs. 768;
aanschouwen; nooit meer
zie vs. 756;
al touwe = al toe = allemaal; scouden = schuld
lastert
te schande maakt
"terwijl ge" zouden we hier zeggen
uitstel.
gemeen; afgeleid van pute; zie vs. 1003;
maakt dat ge hier vandaan komt
zal zich van u meester maken
de mijne
hemel
dat het allemaal voor mij zoo goed afgeloopen is.
vs. 1096-97: die ik nooit eerder dan nu zag
U = Gloriant
hoe ging het u?
geluk.
gevangenis
beteekent zoowel vrees als gevaar
hield mij in het leven; "hield mij er bovenop"
zie vs. 544 en vs. 939;
zooals 't behoort
behoeft het
al hebt gij heel wat onaangename dingen ondervonden
dat weet ik wel zeker (stoplap)
lof
overal
er van dapperheid niet zijns gelijke is
daarom was ik ongerust over u.
met volharden (onb. wijs)
het is ook van geenerlei waarde iets te beginnen
zie vs. 5;
na de vertooning van een "abel spel" volgde die van een "sotternie" (klucht). Vergel. de slotverzen van Esmoreit en Lanseloet van Denemerken.
Uit de serie Zonnebloemboekjes:[*]
No. 1. BEATRIJS. Het Middelnederlandsche gedicht in proza naverteld. Tweede druk.
"De Beatrijs wordt hier aangeboden in modern Nederlandsch proza, den vertaler R. J. Spitz komt alle hulde toe voor zijn soepele en delicate "vertaling". Utrechtsen Studenten-weekblad Vox Studiosorium.
Men voelt dat iemand van fijnen smaak zich er toe heeft gezet 't oude gedicht in proza na te vertellen. De Nieuwe Gids.
Prijs f 1,10.
No. 2. ESMOREIT. Middeleeuwsch tooneelspel. Met inleiding en verklarende noten. Tweede druk.
Menigeen zal in stilte van zijn lectuur van de "Esmoreit" genieten, temeer daar de afwerking dezer uitgave weinig te wenschen overlaat.... Joannes Reddingius in de Nieuwe Gids.
Prijs f 1,10.
No. 6. UIT HOOFT'S LYRIEK. Bloemlezing met inleiding over den dichter en verklarende noten.
"Een in het algemeen goede keuze, de gewenschte beperking der verklarende noten tot de meest noodzakelijke, een goed oriënteerende inleiding en een keurige vorm kenmerken dit boekje." Het Volk.
"Er klopt iets in deze zoo aus einem Gusse gegoten inleiding, iets van zóó warme overtuiging...." "De keus lijkt mij bizonder geslaagd".... M. H. van Campen in Weekblad voor Stad en Land.
"De bloemlezing is met smaak en kennis van zaken gekozen." Utrechtsch Prov. en Sted. Dagblad.
Het zoo deskundig en met warme bewondering saamgelezen bundeltje, zal het kan niet anders, veel koopers vinden. De Vrouw
"Met veel zorg en fijnen smaak samengesteld." De Tijdspiegel.
Prijs f 1,10.
No. 9. LANSELOET VAN DENEMERKEN.
(LANSELOET en SANDERIJN.)
Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding en verklarende noten.
Reeds meermalen hebben wij onze blijdschap over deze Zonnebloem-uitgaven van oude litteratuur te kennen gegeven. Het doet ons genoegen uit de voorrede van dit boekje te bemerken, dat de uitgave ook bij het publiek een succes is, zoodat vorige nummers reeds spoedig herdrukt moesten worden. Het roerend-eenvoudige "abel spel" van Lanseloet ende Sanderijn, dat jaren geleden in Verkade's voortreffelijke opvoering zoovelen geboeid heeft, is een nieuwe voortreffelijke greep van den heer Spitz. Deze middeleeuwsche kunst van een onbekenden schrijver is zoo zuiver-menschelijk, dat zij ook thans nog een wondere bekoring uitoefent. Het Volk.
Prijs f 1,10.
No. 14. DEN SPYEGHEL DER SALICHEIT VAN ELCKERLYC.
De Middeleeuwsche allegorie, bekend door de opvoeringen van Dr. Willem Rooyaards en Ed. Verkade.
Deze populaire uitgave van Elckerlijc zal ongetwijfeld aftrek vinden. De Nieuwe Taalgids.
Deze uitgave zal ongetwijfeld welkom wezen.... Tooneelgids (Brussel).
In dit kleurige bandje krijgt het "schoon boecxken" nieuwe bekoring. De Vrouw.
Prijs f 1,50.
No. 19—20. ADAM IN BALLINGSCHAP van JOOST VAN DEN VONDEL, met inleiding en aanteekeningen van Drs. A. Saalborn, Leeraar Gooische H.B.S. te Bussum.
Fraaie uitgave met illustraties.
Prijs gecartonneerd f 2,75; ingenaaid f 2,25.
No. 23. EEN ABEL SPEL VAN GLORIANT. Met inleiding en aanteekeningen van R. J. SPITZ, Leeraar H. B. S. te Apeldoorn.
Een alleraardigst Middeleeuwsch spel uit de serie waartoe ook Esmoreit en Lanseloet van Denemerken behooren. In het komende tooneelseizoen wordt het stuk opgevoerd door het Haagsche gezelschap "Die Ghesellen van den Spele". Dit stuk werd sedert 1875 niet uitgegeven; dit is de eerste populaire editie.
Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1,50.
No. 25. MARIKEN VAN NIEUMEGHEN. Middeleeuwsch tooneelspel met inleiding en aanteekeningen van M.A.P.C. POELHEKKE, Directeur der Gem. H.B.S. te Nijmegen.
Dit stuk is bekend door de succesvolle opvoeringen van "Het Schouwtooneel" onder directie van Jan Musch, welk gezelschap het ook in het komend seizoen weer zal opvoeren. Dit is de eerste editie van dit stuk, die voor een grooter publiek en ook voor schoolgebruik bestemd en geschikt is.
Prijs gecartonneerd f 1,75; ingenaaid f 1.50.
DE TECHNIEK DER POËZIE,
door FRANS BASTIAANSE.
De dichter Bastiaanse geeft in een kort bestek een uitnemend helder inzicht in aard en wezen van den woordkunstenaar en de verhouding die er bestaat tusscben wat er in diens ziel leeft en de wyze waarop hij het uit. Hij behandelt verschillende kwesties van rijm, klank, rhythme, plastiek, zóó als alleen een scheppend kunstenaar zelf, die eigen zielsleven beluisterd en geanalyseerd heeft, het doen kan en zooals men het in geen enkele "versleer" vindt.
"De heer Bastiaanse zegt veel rake en voortreffelijke dingen." Van onzen Tijd.
...... verdient bijzondere aandacht. School en Leven.
Prijs gebonden f 1,50.
De letterkundige verzorging van de No.'s 1, 2, 6 en 9, en 14 en 23 is van de hand van R.J. Spitz, Leeraar in de Nederlandsche Taal- en Letterkunde aan de Hoogere Burgerschool te Apeldoorn.